8 juni schriftelijke vragen: Ontheffing voor huisarts voor de Hoefkade
Aan de voorzitter van de gemeenteraad,
Overeenkomstig art. 32 van het Reglement van orde stellen de raadsleden Jelle Meinesz en Mairan Sewtahal, Hart voor Den Haag, de volgende vragen:
Hart voor Den Haag heeft signalen ontvangen van een huisarts die vanuit zijn praktijk aan de Vaillantlaan regelmatig patiënten in het centrum bezoekt. Gemiddeld moet deze huisarts minimaal drie keer per week een huisbezoek afleggen.
Door de geslotenverklaring van de Hoefkade en Parallelweg is hij aangewezen op alternatieve routes. In combinatie met de verkeersdrukte rondom de Vaillantlaan, Laak en nu de werkzaamheden aan het Rijswijkseplein loopt de extra reistijd op tot ongeveer twintig minuten heen en twintig minuten terug. Deze tijd gaat ten koste van patiëntenzorg. Bovendien kunnen vertragingen bij spoedbezoeken grote gevolgen hebben voor patiënten die snel medische hulp nodig hebben. Hart voor Den Haag vindt het daarom onbegrijpelijk dat huisartsen niet in aanmerking komen voor een ontheffing. Terwijl dit eerder wel mogelijk was toen de pollers er nog waren.
1) Is het college bekend met signalen van huisartsen en andere eerstelijnszorgverleners dat zij door de geslotenverklaring van de Hoefkade en Parallelweg worden belemmerd in het snel bereiken van patiënten?
2) Kan het college bevestigen dat huisartsen bij eerdere verkeersmaatregelen met pollers in Den Haag wel in aanmerking konden komen voor een ontheffing? Zo nee, waarop baseert het college de stelling dat huisartsen hiervoor nooit een ontheffing konden verkrijgen?
3) Deelt het college de opvatting dat huisartsen een bijzondere maatschappelijke functie vervullen en dat zij, mede vanwege spoedvisites en acute zorgverlening aan huis, niet gelijkgesteld kunnen worden aan reguliere verkeersdeelnemers?
4) Hoe beoordeelt het college de gevolgen van de huidige regeling voor patiënten die afhankelijk zijn van snelle huisartsenzorg, met name ouderen, kwetsbare inwoners en mensen met beperkte mobiliteit?
5) Waarom is ervoor gekozen huisartsen, apothekers en thuiszorgorganisaties niet als afzonderlijke categorie op te nemen binnen het ontheffingenbeleid?
6) Heeft het college onderzocht hoeveel extra verkeersbewegingen zouden ontstaan wanneer huisartsen, apothekers en thuiszorgorganisaties in aanmerking zouden komen voor een ontheffing? Zo ja, wat waren de uitkomsten hiervan?
7) Op welke wijze is de belangenafweging gemaakt tussen het beperken van sluipverkeer enerzijds en het waarborgen van toegankelijke eerstelijnszorg anderzijds?
8) Acht het college het wenselijk dat een huisarts die patiënten in het centrum moet bezoeken door de huidige verkeersmaatregelen regelmatig tientallen minuten extra reistijd heeft, ook wanneer snelheid van handelen van belang is?
9) Hoeveel aanvragen voor een ontheffing van huisartsen, apothekers of thuiszorgorganisaties zijn sinds de invoering van de geslotenverklaring ontvangen en hoeveel daarvan zijn afgewezen?
10) Is het college bereid het ontheffingenbeleid aan te passen zodat huisartsen, apothekers en thuiszorgorganisaties in aanmerking kunnen komen voor een ontheffing ten behoeve van patiëntenzorg? Zo nee, waarom niet?
11) Is het college bereid hierover in overleg te treden met huisartsenorganisaties, zorginstellingen en wijkgezondheidscentra om te bezien hoe de bereikbaarheid van zorg kan worden verbeterd?
Jelle Meinesz Mairan Sewtahal
Hart voor Den Haag Hart voor Den Haag