Overeenkomstig Artikel 30 van het Reglement van Orde stellen de raadsleden Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos) en Lesley Arp (SP) de volgende vragen aan de voorzitter van de Haagse gemeenteraad.

1. Is het college bekend met het plan ‘VrouwenBuurtLab’? Zo ja, wat is haar mening hierover en hoe is de gemeente tot op heden betrokken geweest bij dit plan?

Sociaal-economische gezondheidsverschillen zijn een groot probleem in de armere wijken van Den Haag. Zes huisartsenpraktijken in Laak hebben hun steun uitgesproken voor het initiatief VrouwenBuurtLab. ‘Als huisartsen worden wij dagelijks geconfronteerd met vrouwelijke patiënten waarbij de beste therapeutische interventie een verwijzing zou zijn naar een dergelijke plek. Een plek die er op dit moment niet is’, stellen zij in een brief van 30 maart 2021 aan het Stadsdeelkantoor Laak.

2. Is het college het met deze huisartsen eens dat het vanuit preventie-oogpunt wenselijk is dat vrouwen toegang hebben tot een vertrouwde plek in de wijk waar zij kunnen participeren en activiteiten (zoals sport) kunnen ontplooien? Zo ja, op welke wijze voorziet de gemeente hier momenteel in als het gaat om stadsdeel Laak? Zo nee, waarom niet?

Het college heeft het plan opgevat om een Vrouwenacademie op te richten. Dit initiatief staat echter nog in de kinderschoenen.

3. Is het college het met Hart voor Den Haag/Groep de Mos en de SP eens dat een initiatief als VrouwenBuurtLab als een laagdrempelige opstap zou kunnen dienen naar vervolgopleidingen, bijvoorbeeld bij ROC Mondriaan en de Vrouwenacademie? Zo nee, waarom niet?

4. Ziet het college mogelijkheden om een plan als VrouwenBuurtLab, dat zowel de domeinen welzijn, sport, sociale zaken als onderwijs raakt, ook vanuit de verschillende relevante gemeentelijke diensten te ondersteunen? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

5. Zijn er plannen voor een nieuwe invulling van de voormalige locatie van De Oase in het pand van buurtcentrum de Wissel? Zo ja, welke?

6. Is het college bereid om te onderzoeken of het concept VrouwenBuurtLab op deze locatie gefaciliteerd kan worden, met steun van de gemeente? Zo ja, op welke termijn en op welke wijze wordt de raad op de hoogte gesteld van de resultaten van dit onderzoek? Zo nee, waarom niet?

7. Is het college met Hart voor Den Haag/Groep de Mos en SP eens dat een dergelijk concept prima past bij de ambities van het college zoals beschreven in het ‘Uitvoeringsprogramma 2020-2022 Gelijke kansen voor Haagse vrouwen’ en in het coalitieakkoord “Samen voor de stad”? Zo nee, waarom niet?

8. Is het college bereid om in het kader van het creëren van gelijke kansen voor Haagse vrouwen en het bevorderen van emancipatie, alles in het werk te stellen om het concept ‘Vrouwenbuurtlab’ te faciliteren en zodoende de belemmeringen waar deze vrouwen tegen aanlopen weg te nemen? Zo nee, waarom niet?

Nino Davituliani                                                             Lesley Arp
Hart voor Den Haag/Groep de Mos                         SP