27 februari schriftelijke vragen: Jarenlange vertraging bedrijfslofts Trekvlietplein, tekort aan bedrijfsruimte
Aan de voorzitter van de gemeenteraad,
Overeenkomstig art. 32 van het Reglement van orde stelt raadslid Richard de Mos, Hart voor Den Haag, de volgende vragen:
Al jarenlang is een Haagse ondernemer in gesprek met de gemeente over de realisatie van circa 44 duurzame bedrijfslofts op het Trekvlietplein in de Binckhorst. Tegelijkertijd waarschuwt VNO-NCW regio Den Haag herhaaldelijk voor een ernstig tekort aan fysieke ruimte voor bedrijven in de stad. Ondernemers dreigen vast te lopen en Den Haag verliest economische slagkracht.
1) Is het college bekend met het initiatief om op het Trekvlietplein circa 44 duurzame bedrijfsunits te realiseren voor ZZP’ers en MKB’ers?
2) Kan het college aangeven sinds welk jaar de gemeente in gesprek is met de initiatiefnemer over dit plan?
3) Kan het college aangeven of het klopt dat deze gesprekken inmiddels al meerdere jaren lopen zonder definitieve besluitvorming? Zo ja, waarom is er nog geen duidelijk besluit genomen?
4) Kan het college aangeven welke concrete belemmeringen op dit moment realisatie op het Trekvlietplein verhinderen?
5) Kan het college aangeven voor welke “andere functies” de betreffende strook momenteel gereserveerd wordt en voor welke periode?
6) Deelt het college de constatering van VNO-NCW dat Den Haag kampt met een nijpend tekort aan kleinschalige bedrijfsruimte?
7) Hoe verhoudt het langdurig uitblijven van besluitvorming over dit initiatief zich tot het gemeentelijke beleid om ondernemerschap, werkgelegenheid en economische groei te stimuleren?
8) Kan het college aangeven hoeveel bedrijfsruimte de afgelopen tien jaar in Den Haag verdwenen is door transformatie naar woningbouw?
9) Hoeveel nieuwe kleinschalige bedrijfsruimte is daar in dezelfde periode voor teruggekomen?
10) Heeft het college alternatieve locaties aangeboden aan de initiatiefnemer? Zo nee, waarom niet?
11) Is het college bereid:
a. binnen 8 weken duidelijkheid te geven over de (on)mogelijkheden op het Trekvlietplein;
b. actief mee te werken aan realisatie indien ruimtelijk mogelijk;
c. indien deze locatie definitief niet beschikbaar is, actief een alternatieve geschikte locatie aan te wijzen?
12) Deelt het college de mening van Hart voor Den Haag, dat ondernemers niet jarenlang in onzekerheid mogen verkeren over investeringsplannen die bijdragen aan werkgelegenheid in de stad?
Richard de Mos
Hart voor Den Haag