24 april schriftelijke vragen: Doe meer op landelijke dag tegen pesten en week tegen pesten

24 april 2026

Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Overeenkomstig art. 32 van het Reglement van orde stelt raadslid Mairan Sewtahal, Hart voor Den Haag, de volgende vragen:

Het is de fractie van Hart voor Den Haag opgevallen dat er nauwelijks aandacht is besteed aan de landelijke dag tegen pesten. De aandacht beperkte zich tot het hijsen van de vlag tegen pesten. Online, via gemeentelijke kanalen en in de media is geen zichtbare inzet gepleegd.

Juist gezien de ernst en impact van pesten in het onderwijs, de wijk, online en op de werkvloer, vindt Hart voor Den Haag dat dit onderwerp stadsbreed en actief onder de aandacht moet worden gebracht.

In eerdere beantwoording heeft het college aangegeven geen centrale regie te voeren op de aanpak van pesten, maar vooral initiatieven “van onderop” te faciliteren. Tegelijkertijd erkent het college dat pesten een complex en hardnekkig maatschappelijk probleem is. Dit roept bij onze fractie de vraag op of belangrijke momenten zoals de landelijke dag tegen pesten en de week tegen pesten hierdoor onvoldoende worden benut.

Daarnaast heeft het college eerder toezeggingen gedaan over het verbeteren van informatievoorziening en overzicht in de aanpak van pesten. De fractie van Hart voor Den Haag wil inzicht in de voortgang hiervan.

  1. Hoe belangrijk acht het college de landelijke dag tegen pesten en de week tegen pesten als instrument om bewustwording te vergroten in de stad?

  2. Deelt het college de opvatting van Hart voor Den Haag dat juist deze momenten zich lenen voor een stadsbrede campagne en zichtbare inzet vanuit de gemeente? Zo nee, waarom niet?

  3. Waarom is ervoor gekozen om de aandacht te beperken tot het hijsen van de vlag tegen pesten, zonder verdere zichtbare communicatie richting inwoners?

  4. Is het college bereid om voortaan een actieve communicatiestrategie te voeren rondom de dag en week tegen pesten (zoals via DenHaag.nl, sociale media, scholen en lokale media)?

  5. Is het college bereid om de vlag tegen pesten op alle stadsdeelkantoren te hijsen? Zo nee, waarom niet?

  6. Kan het college aangeven hoe bekend de vlag tegen pesten is onder Haagse inwoners, scholen en organisaties? Wordt dit gemonitord?

  7. Op welke wijze worden scholen, welzijnsorganisaties en sportverenigingen momenteel betrokken bij de dag en week tegen pesten?

  8. Is het college bereid om samen met deze partners te komen tot een stadsbrede programmering of activiteitenweek tegen pesten?

  9. Hoe verhoudt de beperkte inzet rond de dag tegen pesten zich tot de eerder uitgesproken zorgen van het college over pesten als “complex en hardnekkig maatschappelijk probleem”?

  10. Deelt het college de mening van Hart voor Den Haag, dat het ontbreken van centrale regie ertoe leidt dat kansen voor bewustwording, zoals deze landelijke momenten, onvoldoende worden benut?

  11. Is het college bereid om ondanks de keuze voor “initiatieven van onderop” regie te nemen op bewustwordingscampagnes rondom pesten?

  12. Kan het college toezeggen dat er voor de komende week tegen pesten een concreet actieplan komt met meetbare doelstellingen? Zo nee, waarom niet?

  13. In eerdere beantwoording heeft het college aangegeven bereid te zijn te verkennen of er via de gemeentelijke website een centrale, toegankelijke plek kan komen met informatie over pesten voor ouders en kinderen (in begrijpelijke taal).
    Kan het college aangeven wat de stand van zaken is van deze verkenning?

  14. Is er inmiddels een dergelijke pagina of themapagina gerealiseerd op DenHaag.nl? Zo ja, kan het college aangeven hoe deze vindbaar en toegankelijk is gemaakt? Zo nee, waarom niet en wanneer kan de raad dit verwachten?

  15. Hoe wordt geborgd dat informatie over pesten op de gemeentelijke website laagdrempelig, actueel en begrijpelijk (Jip-en-Janneke-taal) is voor zowel kinderen als ouders?

  16. Het college heeft tevens aangegeven bereid te zijn te onderzoeken hoe een overzicht van partners, projecten en meldpunten (bijvoorbeeld via de sociale kaart) beschikbaar kan worden gesteld.
    Kan het college aangeven welke concrete stappen hierin zijn gezet?

  17. Is er inmiddels een actueel en openbaar overzicht beschikbaar van organisaties, projecten en meldpunten rondom pesten in Den Haag? Zo ja, waar is dit te vinden? Zo nee, waarom niet?

  18. Kan het college een uitgebreid en gespecificeerd overzicht geven van de financiële middelen (zoals subsidies en bijdragen) die de afgelopen jaren zijn verstrekt aan organisaties die zich bezighouden met de preventie en bestrijding van pesten in Den Haag?

  19. In hoeverre wordt door het college gemonitord of deze middelen daadwerkelijk bijdragen aan het verminderen van pestgedrag of het vergroten van bewustwording?

Mairan Sewtahal
Hart voor Den Haag

Doe mee en volg ons!