Overeenkomstig artikel 30 van het Reglement van orde stelt het lid Roopram  (Hart voor Den Haag / Groep de Mos) vragen aan de voorzitter van de Haagse gemeenteraad.

Mevrouw Waasdorp is verhuisd van gemeente Coevorden naar Den Haag en maakte gebruik van een scootmobiel. Deze scootmobiel is nog steeds in haar bezit omdat gemeente Den Haag vindt dat ze geen recht heeft op een scootmobiel. Meerdere verhalen bereiken ons waaruit is gebleken dat het recht op een scootmobiel er wel is maar dat de gemeente dit afwijst. Raadslid Janice Roopram stelt daarom schriftelijke vragen aan het college.

1.      Kan het college de criteria omschrijven waaraan de aanvrager moet voldoen om in aanmerking te komen voor een scootmobiel?

2.      Hoe leidend is het advies van de huisarts om in aanmerking te komen voor een scootmobiel?

3.      Kan het college aangeven wanneer een scootmobiel box voor de woning van de gebruiker geplaatst kan worden?

4.      Hoe wordt er toezicht gehouden op de scootmobiel boxen of ze daadwerkelijk gebruikt worden voor het opbergen van een scootmobiel? Wij krijgen namelijk signalen door dat de boxen voor andere doeleinden worden gebruikt?

5.      Kan het college aangeven wat de reden is waarom mevrouw Waasdorp niet in aanmerking komt voor een scootmobiel in degemeente Den Haag terwijl ze in Coevorden wel al jaren in bezit was van een scootmobiel?

6.      Kan het college aangeven wat de procedure is indien iemand komt wonen in Den Haag en al in bezit is van een scootmobiel?

7.      Kan het college omschrijven wat de procedure is voor wat betreft de aansluiting van een oplaadpunt van een scootmobiel?

8.      Wie betaalt de kosten van een oplaadpunt en de energiekosten?

22 november 2021

Janice Roopram