16 december schriftelijke vragen: Pandbrigade jaagt goedwillende verhuurders op met ongevraagde, intimiderende handhaving

16 december 2025

Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Overeenkomstig art. 32 van het Reglement van orde stelt raadslid Richard de Mos, Hart voor Den Haag, de volgende vragen:

Hart voor Den Haag ontvangt steeds vaker signalen dat de Haagse Pandbrigade op eigen initiatief en zonder concrete aanleiding woningen controleert, handhavend optreedt en zware maatregelen oplegt aan goedwillende verhuurders. Dit gebeurt regelmatig zonder dat huurders of verhuurders daarom hebben gevraagd en zonder klachten over huurprijs, onderhoud of misstanden.

In plaats van zich te richten op excessen en malafide verhuurders, lijkt de Pandbrigade proactief en repressief op te treden tegen ondernemers die aantoonbaar netjes werken, hun woningen goed onderhouden en een goede relatie met hun huurders hebben. Daarbij worden verhuurders geconfronteerd met juridisch zware aanschrijvingen, gedwongen huurverlagingen en torenhoge dwangsommen, wat door betrokkenen als intimiderend wordt ervaren.

Zo zijn er voorbeelden bekend waarin verhuurders kennisgevingen van conceptbesluiten onder dwangsom ontvangen, terwijl:

  • huurders geen klachten hebben ingediend;
  • er geen sprake is van overlast of slecht onderhoud;
  • en de correspondentie vaag blijft over wat concreet is geconstateerd.

Ondernemers voelen zich hierdoor opgejaagd, onterecht gecriminaliseerd en financieel bedreigd. Dit leidt er zelfs toe dat verhuurders zich gedwongen zien hun woningen met verlies te verkopen, waardoor het aanbod aan huurwoningen verder afneemt in een stad waar de schaarste al groot is.

Proactieve handhaving zonder verzoek:

1) Is het college bekend met signalen dat de Haagse Pandbrigade op eigen initiatief en zonder verzoek of klacht van huurder of verhuurder handhavend optreedt?

2) Vindt het college het wenselijk dat de gemeente ingrijpt in huurrelaties waar geen van beide partijen om ingrijpen vraagt en geen sprake is van aantoonbare misstanden?

3) Deelt het college de mening dat dit soort proactieve handhaving de grens raakt van behoorlijk bestuur en rechtszekerheid?

Proportionaliteit & focus op echte misstanden:

4) Is het college het met Hart voor Den Haag eens dat handhaving primair gericht moet zijn op excessen en malafide verhuurders, en niet op goedwillende ondernemers?

5) Hoe voorkomt het college dat goedwillende verhuurders door de Pandbrigade onevenredig hard worden geraakt?

Intimiderende correspondentie & boetes

6) Klopt het dat verhuurders kennisgevingen van conceptbesluiten onder dwangsom ontvangen waarin onvoldoende concreet staat wat precies is geconstateerd, terwijl wel direct wordt gedreigd met hoge boetes?

7) Vindt het college het wenselijk dat dergelijke juridisch zware brieven worden verstuurd zonder duidelijke feitelijke onderbouwing?

8) Erkent het college dat deze werkwijze door ondernemers als intimiderend wordt ervaren en leidt tot angst voor disproportionele sancties?

Rechtszekerheid & zorgvuldigheid

9) Kan het college aangeven hoe wordt geborgd dat de Pandbrigade terughoudend, zorgvuldig en proportioneel optreedt voordat tot dwangsommen en huurverlagingen wordt overgegaan?

10) Wordt hoor- en wederhoor altijd toegepast voordat een conceptbesluit onder dwangsom wordt verstuurd?

11) Hoe vaak zijn handhavingsbrieven of maatregelen van de Pandbrigade achteraf aangepast of ingetrokken omdat deze onjuist, onvoldoende onderbouwd of disproportioneel bleken?

Werkwijze en cultuur binnen de Pandbrigade

12) Kan het college aangeven welke instructies er gelden voor de Pandbrigade met betrekking tot:

  • optreden zonder verzoek van betrokken partijen;
  • proportionaliteit;
  • de-escalatie en respectvolle communicatie richting ondernemers?

13) Wordt er gewerkt met prestatie-indicatoren zoals aantallen controles, dwangsommen of huurverlagingen? Zo ja, erkent het college dat dit kan leiden tot een “aantallen-cultuur” en overijverige handhaving?

Gevolgen voor woningmarkt en ondernemers

14) Is het college zich bewust van het feit dat verhuurders door deze werkwijze worden gedwongen hun woningen te verkopen, soms met verlies?

15) Erkent het college dat dit beleid het huurwoningaanbod verder verkleint en daarmee haaks staat op het oplossen van de woningnood?

Verbetering en koerswijziging

16) Is het college bereid de werkwijze van de Pandbrigade extern te laten evalueren, met specifieke aandacht voor proactieve handhaving, proportionaliteit en intimidatie-effecten?

17) Is het college bereid vast te leggen dat ingrijpen door de Pandbrigade uitsluitend plaatsvindt op basis van concrete signalen, klachten of verzoeken, en niet uit eigen initiatief?

18) Wat gaat het college concreet doen om te voorkomen dat goedwillende verhuurders zich opgejaagd en geïntimideerd voelen door de huidige werkwijze?

Richard de Mos
Hart voor Den Haag

Doe mee en volg ons!