Aan de voorzitter van de raad.

Inleiding.

Vanaf 2013 is er in de raad vele malen gediscussieerd over het pand Maakhaven aan de 1e Lulofsdwarsstraat in Laakhavens-Petroleumhaven. Het gebouw is blijven bestaan. Het is daarmee het derde bovenstedelijke element in het nieuw ontwikkelde woongebied. De RAC hallen, de tempels en de kranen. De verwachtingen welke van dit gebied waren, zijn niet gerealiseerd. Het werd een eenzijdige flatwijk van gestapelde hoogbouw met torens en 11 tot 13 etages hoge gebouwen aan de omringende wegen (Waldorpstraat, Calandstraat/Calandplein, Calandkade en de 1e Lulofsdwarsstraat en 1e Van der Kunstraat).

Er is al weinig straatleven en het gebied beantwoordt nauwelijks aan de uitgangspunten die vanaf 2014 zijn gehanteerd. Maakhaven ligt er als een rotte betonnen kolos bij. Voegt werkelijk niets toe aan het gebied, eerder het tegendeel. Vragensteller woont, (gedurende 24 maanden) daar en constateert 2 tot 3 maal per dag als hij de hond uitlaat dat het Maakhavengebouw een Fremdkörper in de nieuwe woonwijk is. Bovendien voegt het absoluut niks toe aan de beoogde levendige plinten langs de Calandkade (enige foto’s bijgevoegd). Het gebied is zo versteend dat het erom schreeuwt een extra groenvoorziening te krijgen opdat de leefbaarheid en het straatplezier een kans krijgen, voor een paar duizend bewoners, te ontluiken. En daarmee het gebied te redden. Eigenlijk hetzelfde concept als thans te lezen is in de plannen voor Laakhavens Centraal.

Onder verwijzing naar het desbetreffende artikel van het Reglement van orde van de gemeenteraad leg ik de volgende vragen ter beantwoording aan u voor.

1.            Is het college van oordeel dat de ontwikkeling van Laakhavens-West/Petroleumhaven heeft gebracht wat toentertijd bij de besluitvorming in de raad is beoogd? Ingeval ja, kunt u dat ook motiveren, ingeval nee, wat zijn de ideeën om daar verbetering in aan te brengen?

2.            Is het college bereid om het Maakhavengebouw opnieuw in beschouwing te nemen zodanig dat een drastische verbetering van het woon-, leef- en verblijfsklimaat voor de duizenden bewoners in dat gebied mogelijk wordt?

3.            Wil het college een raadsvoorstel voorbereiden waarin de Maakhavenlocatie plaats maakt voor een groene oase in het hart van het gebied?

4.            Ingeval het college dit niet wil of het niet met vragensteller eens is, op welke wijze denkt het college dan dat deze locatie verbeterd kan worden voor de buurt en vooral voor de bewoners in plaats van een gebouw dat door enkelen van buiten dit gebied wordt gebruikt?

Hart voor Den Haag

Mr C.V. Martini