12 februari schriftelijke vragen: CPB-rapport “perspectief op de woningmarkt” en de wet betaalbare huur
Aan de voorzitter van de gemeenteraad,
Overeenkomstig art. 32 van het Reglement van orde stelt raadslid Arjen Dubbelaar, Hart voor Den Haag, de volgende vragen:
1) Is het college bekend met de CPB-publicatie ‘Perspectief op de woningmarkt’ van februari 2026, waarin wordt gepleit voor het afschaffen van de Wet betaalbare huur?
2) In de beantwoording van eerdere vragen (RIS319655) stelde het college: “Het college ziet daar geen enkele reden voor”, refererend aan het bevriezen van de wet. Hoe reflecteert het college op deze uitspraak nu de belangrijkste economische adviseur van de regering tot de tegenovergestelde conclusie komt?
3) Het CPB stelt dat huurprijsregulering leidt tot een afname van het aanbod en de mobiliteit op de woningmarkt belemmert. Erkent het college nu dat de daling van het aantal particuliere huurwoningen in Den Haag een direct en schadelijk gevolg is van deze wet?
4) Het college noemde de wet voorheen een ‘welkom instrument’. Is het college, gezien de vernietigende analyse van het CPB, bereid deze kwalificatie in te trekken? Zo nee, waarom weegt het ideologische standpunt van het college zwaarder dan de economische feiten van het CPB?
5) Grote beleggers zoals pensioenfondsen trekken zich terug uit de bouw van middenhuur. Is het college bereid om de bouw van deze woningen vlot te trekken door de 30 procent sociale bouweisen te verevenen op stadsniveau in plaats van op projectniveau?
6) In november 2024 verwierp de raad de motie van Hart voor Den Haag (RIS320500) om de wet terug te draaien. Is het college, nu er een nieuw feitelijk fundament ligt, bereid om alsnog de lobby richting het Rijk te starten om deze wet van tafel te krijgen?
7) Kan het college aangeven hoeveel particuliere huurwoningen er in Den Haag sinds de invoering van de wet zijn onttrokken aan de huurvoorraad en zijn verkocht? Graag een overzicht van de meest recente cijfers.
Arjen Dubbelaar
Hart voor Den Haag