11 februari schriftelijke vragen: Koester Haagse grandeur
Aan de voorzitter van de gemeenteraad,
Overeenkomstig art. 32 van het Reglement van orde stelt raadslid Ralf Sluijs, Hart voor Den Haag, de volgende vragen:
1) Is het college bekend met de economische problemen waarmee ondernemers in de directe omgeving van het Binnenhof te maken hebben als gevolg van de langdurige sluiting en verminderde bereikbaarheid van dit gebied?
2) Kan het college inzicht geven in welke maatregelen tot nu toe zijn genomen om deze ondernemers te ondersteunen en acht het college deze maatregelen toereikend?
3) Is het college bereid te onderzoeken of nadeelcompensatie mogelijk is voor ondernemers die aantoonbaar omzetverlies lijden door de langdurige afsluiting van het Binnenhof en aanpalende gebieden? Zo nee, waarom niet?
4) Hoe weegt het college bij het verlenen van vergunningen voor evenementen en demonstraties in de binnenstad de economische impact op gevestigde ondernemers, met name winkels met een vaste en minder mobiele klantenkring?
5) Deelt het college de mening dat verloedering van de openbare ruimte, zoals zwerffietsen en rommel, afbreuk doet aan de uitstraling van het centrum en daarmee aan het vestigingsklimaat voor hoogwaardige winkels?
6) Welke concrete stappen zet het college om handhaving op zwerffietsen en het verbeteren van de kwaliteit van de buitenruimte in dit deel van de binnenstad te intensiveren?
7) Is het college bereid om maatwerk toe te passen in parkeerbeleid voor ondernemers met een oudere en internationale clientèle, bijvoorbeeld door flexibel om te gaan met bestaande parkeerplaatsen in de directe omgeving van dit soort winkels?
8) Op welke wijze worden historische en beeldbepalende winkels, zoals F.G. van den Heuvel, momenteel betrokken in de citymarketing van Den Haag via The Hague & Partners?
9) Ziet het college kansen om de ontwikkeling van het Museumkwartier nadrukkelijker te koppelen aan het versterken van het economisch profiel van omliggende winkels en zo ja, hoe wordt dit concreet uitgewerkt?
10) Kan het college toezeggen dat bij toekomstige besluiten over langdurige werkzaamheden, afsluitingen en evenementen in de binnenstad de belangen van bestaande ondernemers expliciet en aantoonbaar worden meegewogen?
Ralf Sluijs
Hart voor Den Haag