Hart voor Den Haag/Groep de Mos: goed dat stadsbestuur ouderen gaat helpen met landelijke toeslagen

2018-12-10T19:25:34+00:0010 december 2018|

Janice Roopram: “Het zijn namelijk niet de rijke ouderen die geld laten liggen omdat ze het niet nodig hebben, maar juist kwetsbare ouderen die de weg niet weten te vinden.”

De gemeente Den haag is bereid de mogelijkheden te onderzoeken, om met name ouderen met een kleine beurs te attenderen op de landelijke toeslagen. De gemeente zal met ouderenorganisaties in gesprek gaan over dit signaal en hoe ouderen het beste bereikt kunnen worden. Dit antwoordt het stadsbestuur op raadsvragen van Hart voor Den Haag/Groep de Mos-raadslid Janice Roopram.

Roopram: “Ik ben heel blij met het antwoord van het college, want het is belangrijk dat onze ouderen goed geïnformeerd worden over toeslagen en dit zal mensen helpen hun hoofd beter boven water te houden. Het is een gemiste kans om deze impuls van de koopkracht te laten liggen, zeker als mensen het al zwaar hebben.” aldus Roopram. Roopram stelde vragen naar aanleiding van het onderzoek door Ouderenorganisaties KBO-PCOB, KNVG, NVOG, FASv en NOOM. Hieruit bleek dat veel ouderen niet weten dat ze in aanmerking komen voor huur- en zorgtoeslag. Vooral kwetsbare ouderen en oudere migranten zouden geen aanvragen indienen. In Den Haag ontvangt van de rechthebbende ouderen (55-plussers) 17% ten onrechte geen huurtoeslag en 10% geen zorgtoeslag (ongeveer 7800 ouderen). Dit komt overeen met het landelijke beeld. Van deze groep hebben 1600 ouderen (27,5%) een inkomen tot 101% van het sociaal minimum.

Roopram is blij dat de senioren goed geïnformeerd worden over hun rechten, maar benadrukt de ernst van het probleem: “Onze ouderen mogen hun recht op een goede oude dag niet verliezen. Het zijn namelijk niet de rijke ouderen die geld laten liggen omdat ze het niet nodig hebben, maar juist kwetsbare ouderen die de weg niet weten te vinden. En dat is een ernstig gebrek aan informatie. De ouderenorganisaties zijn hierin een goede schakel dus we zijn blij dat het stadsbestuur met hen in conclaaf gaat.” zegt Janice Roopram.