DUIDINGSDEBAT, 23 APRIL

Voorzitter, 18 maart was geen gewone verkiezingsdag. Het was de dag waarop Hagenezen, Hagenaars, Scheveningers en Loosduiners zich luid en duidelijk uitspraken. Hart voor Den Haag boekte een historische overwinning. Met afstand de grootste partij: zestien zetels.
Die overwinning kwam niet tot stand door met modder te gooien. Of door een jij-bakcampagne. Maar door te luisteren. Door altijd aanwezig te zijn in de wijken. Door naast de mensen te staan. Door onze ombudspolitiek.
Wij hebben, met vele vrijwilligers, medewerkers en kandidaten, deze campagne gevoerd uit eigen kracht. Met aandacht voor bewoners, voor ondernemers, met kennis en liefde voor de stad, zoals die echt is.
En voorzitter, met zo’n uitslag komt verantwoordelijkheid. Grote verantwoordelijkheid. En die nemen wij.
Al ruim voor de campagne brachten wij rust door juridische procedures te bevriezen. Ik heb daarbij mijn claim tegen de gemeente Den Haag bewust op pauze gezet. Omdat het over Den Haag moest gaan. Over de toekomst van onze stad. En omdat de stad het verdient dat wij samenwerken.
Voorzitter, vanuit een diep verantwoordelijkheidsgevoel stelden wij verkenner Ahmed Aboutaleb aan. Een bestuurder met gezag, met ervaring, met het vermogen om bruggen te slaan. En ik zeg het hier zoals het is: de heer Aboutaleb was vanuit het perspectief van Hart voor Den Haag geen vanzelfsprekende keuze, maar juist daarom een bewuste en duidelijke keuze. Omdat we wilden laten zien: we menen het. We willen verbinden. We willen samenwerken. We willen bruggen bouwen.
Voorzitter, wat is er gebeurd? We hebben gedaan wat logisch is. Kijken naar de verkiezingsuitslag. Dan kijk je natuurlijk naar de nummers twee en drie. D66 met acht en PRO met zeven zetels. Dat is de logische route die je hoort te doorlopen. En dat wilden wij ook doen.
Maar voorzitter, PRO wilde niet. De deur ging dicht. Meteen. Publiek.
Nog voordat er überhaupt serieus gesproken kon worden. En dat doet pijn. Omdat wij juist hadden geïnvesteerd in die relatie. Omdat wij vooruit wilden. Maar wat kregen we? Terugkijken. Verwijten. Oude dossiers.
Voorzitter, daar hebben wij de buik meer van vol. De kiezer heeft gesproken. Dan ga je vooruit. Niet blijven hangen in het verleden. Maar als een partij dat niet wil, dan houdt het op.
PRO heeft zelf de deur dichtgedaan. En ja, dan is die bij ons ook dicht. Potdicht!
Voorzitter, met D66 was het anders. We hebben gesproken. Serieus. In een goede sfeer. Geen haat. Geen nijd. Sterker nog, op andere dossiers werken we samen. Zoals u ook vandaag zult zien. Dat is winst.
Maar voorzitter, uiteindelijk moet je leveren. En daar ging het mis, op het dossier van de geplande opvang aan de Sportlaan. Voor ons is het kraakhelder: dit dossier hoort op de onderhandelingstafel. De kiezer heeft gesproken, dan zet je zo’n controversieel dossier even op pauze. Volkomen logisch. Maar dat lukte niet. En als je daar al niet samen uitkomt, dan wordt het heel lastig om verder te bouwen.
En laat ik het scherp zeggen: met VVD, DENK en CDA was dit controversieel verklaren binnen een uur geregeld. Het Sportlaan-dossier ging voor nu van tafel. Dus het kan wel. Als je maar wilt.
Daarnaast bestond er verschil van inzicht over het proces. Over de verkenner, over de informateur.
Als je dat bij elkaar optelt, moet je eerlijk zijn en concluderen dat er voor nu onvoldoende basis is.
Voorzitter, waar staan we nu? We zitten in een nieuwe fase. Het lijkt mij verstandig als de verkenner zijn werk voortzet en vooral op inhoud kijkt welke partijen met Hart voor Den Haag een stabiel meerderheidscoalitie zouden kunnen bouwen.
Laten we aan de slag gaan. Voor de stad.
En voorzitter, tot slot, als ik één les mag meegeven van mijn wijlen mentor Hans Wiegel: Gun elkaar wat.
Dan wordt de politiek beter. En de stad ook.
Want laten we eerlijk zijn: de afgelopen jaren verdienen geen schoonheidsprijs. En dan druk ik me zachtjes uit. Te veel gedoe. Te veel tegenover elkaar. Dat moet anders. We moeten elkaar wat gunnen. Elkaar heel laten. En doen wat goed is voor Den Haag.
Dank u wel.