Column Richard de Mos bij NieuwRechts: Ik raakte bijna alles kwijt en het stadsbestuur keek weg

15 juli 2025 / Nieuws

Bijna zes jaar geleden viel de Rijksrecherche in alle vroegte mijn huis binnen, haalde mijn werkkamer in het stadhuis overhoop en zette mij weg als corrupte politicus. Het was de opening van het NOS Journaal. De kranten stonden vol.

Zoals u weet ben ik inmiddels in zowel eerste aanleg als in hoger beroep vrijgesproken. Maar die onterechte beschuldiging kostte me vrijwel alles. Mijn wethouderschap. Mijn inkomen. Mijn huis.

Mijn geliefde woning, mijn thuis, heb ik moeten verkopen om mijn verdediging te kunnen bekostigen. De advocaatkosten liepen richting de twee ton. Een prijs die ik bereid was te betalen voor mijn eerherstel.

In die eerste weken na de inval was ik murw geslagen. Groggy. Uitgeschakeld. Ik hing in de touwen. Het was overleven. En juist op dat moment, toen ik op de grond lag, had ik van de gemeente Den Haag mogen verwachten dat ze achter me was gaan staan. Of in elk geval op z’n minst aan me had gevraagd: “Wat heb je nodig?” Maar de burgemeester, wethouders, raadsleden en ambtenaren keken weg. Geen juridische ondersteuning. Geen menselijkheid. Geen greintje empathie. Sommigen waren blij dat ik weg was. Juichende, hongerige hyena’s.

Laat me helder zijn: dit is geen huilie-huilie-verhaal. Ik heb gekozen om te vechten. Niet alleen voor mezelf, maar voor iedereen die de democratie een warm hart toedraagt. Want ik ben niet alleen mijn eer, baan en huis kwijtgeraakt. Ik ben ook jarenlang uitgesloten van het stadsbestuur. En dat terwijl mijn partij – Hart voor Den Haag – ondanks alle tegenwind, ondanks die slopende rechtszaak, gewoon weer de grootste werd bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen.

Wat zegt het over onze democratie als de grootste partij van de stad, gekozen door tienduizenden Hagenaars, jarenlang buiten het stadsbestuur wordt gehouden? En dat dus niet op basis van een gebrekkig kiezersmandaat – integendeel – of op grond van politieke standpunten, maar puur omdat ik verdachte wás, terwijl het proces nog moest beginnen. Alsof ik al veroordeeld was voordat de rechter zelfs ook maar een blik op het dossier had geworpen.

Waar was de onschuldpresumptie, dat je onschuldig bent tot het tegendeel is bewezen? Die werd in mijn geval aan flarden gescheurd. En dat moet iedereen zorgen baren. Want als dit met mij kan gebeuren, dan kan het ook met jou gebeuren. Daarnaast is onze democratie dan niet langer gebaseerd op het vertrouwen van de kiezer, maar op schaduwmachten achter de schermen.

Ik vraag geen medelijden. Ik vraag gerechtigheid. Ik wil drie dingen van de gemeente Den Haag: excuses, compensatie en reflectie. Excuses voor het feit dat ze een eigen wethouder binnen no time lieten vallen als een baksteen. Compensatie voor de kosten die ik heb moeten maken om mijn naam te zuiveren. En reflectie op hoe de onschuldpresumptie zo rücksichtslos werd geschonden.

En ik wil natuurlijk weten: wie trok er achter de schermen aan de touwtjes? Wie heeft de Rijksrecherche getipt? Welke belangen speelden er in het stadhuis? Mijn advocatenteam zal daar in de rechtszaal, in alle openbaarheid, getuigen over horen. Want dit moet tot op de bodem worden uitgezocht. De onderste steen moet boven komen.

Ik geloof nog steeds in Den Haag. In de mensen. In onze stad. Maar de manier waarop ik ben behandeld, is een litteken op de lokale democratie. Het vertrouwen van de burger in de politiek staat al onder immense druk. En mijn vervolging heeft dat wantrouwen alleen maar verder gevoed.

Maar ik ben nog niet klaar. Ik vecht door. Voor mijn partij en voor mijn stad. Want de mooiste dagen van Den Haag liggen nog voor ons. 

Richard de Mos, Fractievoorzitter Hart voor Den Haag

Doe mee en volg ons!