8 december 2020 Beantwoording Schriftelijke vragen braakliggende terreinen Scheveningen en Duindorp

Overeenkomstig Artikel 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid William de Blok (Hart voor Den Haag/Groep de Mos) de volgende vragen aan de voorzitter van de Haagse gemeenteraad.

Al begin 2019 trok de fractie van Hart aan de bel over de locatie Harstenhoekweg/ Badhuisweg  dat toen al enkele maanden braak lag. Nu bijna 2 jaar later ligt het er nog steeds verlaten bij.

1) Is het college op de hoogte dat er op de locatie hoek Harstenhoekweg/ Badhuisweg reeds enkele jaren een braakliggend terrein ligt? Zo ja, hoe kan het zijn dat deze grond jarenlang niet is benut?

2) Uit de beantwoording van eerdere vragen over de Harstenhoekweg (RIS296878) stelde het college dat het de wens is van de initiatiefnemer en de gemeente om sloop en nieuwbouw zo veel mogelijk op elkaar aan te laten sluiten. Waarom is dit niet gebeurd?

3) We hebben vernomen dat de grond aan de Harstenhoekweg onlangs verkocht is. Klopt dit? Wat betekent dit voor de bouw ontwikkeling?

Eind 2019 is de Pnielkerk in Duindorp gesloopt. De kerk maakt plaats voor een appartementencomplex met de naam ‘Green Harbour’. Ook hier lijkt nog niet gebouwd te gaan worden.

4) Uit de beantwoording van eerdere vragen over de Harstenhoekweg (RIS296483) blijkt dat het college van mening is dat het wenselijk is dat sloop en nieuwbouw op elkaar aansluiten, dat braakliggende terreinen niet wenselijk zijn in verband met mogelijke overlast en ook de buurt gebaat is bij één doorlopend proces. Is dit juist? Zo ja, waarom gebeurt dit dan niet. Zo nee, waarom niet?

5) Kan het college aangeven wanneer de bouwwerkzaamheden aan zowel de locatie Harstenhoekweg als de locatie Pnielkerk zullen gaan beginnen? Zo nee, waarom niet?

In een Bestemmingsplan kan niet worden geregeld dat een eigenaar verplicht is een bestemming, zoals wonen, te verwezenlijken. Privaatrechtelijk kan dit wel. In overeenkomsten met ontwikkelende partijen kan een bouwplicht- al dan niet met boetebeding- worden opgenomen.

6) Is in deze gevallen een bouwplicht opgenomen? Zo nee, waarom niet en zou het college dit in toekomstige gevallen wel doen?

7) Is het college bereidt om indien de bouwwerkzaamheden nog langer op zich laten wachten de ontwikkelende partij hierop aan te spreken en aan te sporen met de bouwwerkzaamheden te starten? Zo nee, waarom niet?

8) Wat vindt het College van het idee om in de tussen tijd de braakliggende locaties in elk geval nuttig te gebruiken en tijdelijk in te richten als parkeerplaats, speelterrein of park? Graag een uitgebreide toelichting.

William de Blok

Hart voor Den Haag/Groep de Mos